Het tijdelijke iets
Allereerst wil ik ‘ons’ excuseren over de tijdelijke dood van de telefoon. De oplaadbare batterijen waren aan het einde van hun levensduur, we hebben ze nu vervangen. Gisteravond heeft Joop uitgevonden dat we er ook andere batterijtjes in kunnen doen, en vandaag hebben we die in Limoges gekocht. Als je nu dus wilt bellen doe het gerust, als we thuis zijn nemen we op!
Dat zen ook tijdelijk is. Het gaat alleen over het nu, alsmaar nu. Nu ben ik thuis in Taktsang, ik zit tegenover Joop met de beeldschermen tussen ons in. Ik herinner me dat ik een kwartier geleden met Michael Newhall Roshi aan tafel zat. We vierden tijdens het banket vanavond dat we de retraite afsloten en onze handen vol goud (=sereniteit, stilte en goede moed) meenemen naar het leven van alledag, het werk en de wereld.
In een persoonlijk intermezzo drukte Michael me op het hart dat mijn werk goed is, de situatie goed is, en dat iedereen in leiderschap posities door moeilijke periodes heengaat. Hij noemde als voorbeeld zichzelf, en het leven als priester in het Jikoji Zen centrum. Hij vertrouwde me toe dat hij zich zo heerlijk kon ontspannen, door nu les te geven in Dechen Chöling, en geen andere verplichtingen te kennen. Dat hij hierna ook in een eenzame retraite zou gaan in Zwitserland, om iets voor zichzelf te onderzoeken over werk en toekomst. Hij gaf me ook een compliment. Dat ik omgeven ben door waardigheid, en mijn positie heel goed hou.
Dat zen tijdelijk is schreef ik eigenlijk ergens anders om. Deze week gaf ons de gelegenheid om heel erg stil te staan bij stilheid. Een diepe ontspanning en weinig confrontaties met andere oprispingen dan die van ons eigen systeem. Sereniteit. De zen school van Shunryu Suzuki is heel dichtbij, maar niet helemaal hetzelfde als de Shambhala traditie in Boeddhisme. In de Shambhala traditie wisselen we die stiltes af met het aangaan van de dynamiek van het rauwe bestaan. En we raken dan ook flink gestressed, om het ultieme gestress van gestressed zijn te leren kennen. En in die kermis dan weer de stilte of leegheid te herkennen.
Waarom het anders is dan in de Zen traditie weet ik eigenlijk niet. Het is misschien de aantrekkingskracht naar het rauwe dat ons in Shambhala bijeenbrengt. Het moeilijke, mislukkende, stomme, foutenmakende. Het transformeren onverenigbare krachten. Een soort tovenaarsleerlingen zijn we.
Het niet weten van weten / vorm is leegte en leegte is ook vorm / zen als een tijdelijk iets
Op de academie leerde ik in de tekenles, naar de natuur, dat je ook naar restvormen moet kijken. Hele middagen spendeerde ik aan de vormen die mijn object van aandacht omgaven, die het object definieren. Het werden vaak interessante werkstukken, eigenlijk leuker dan wanneer je alleen een stilleven precies natekend. Vandaag heeft Michael Newhall, de zenleraar die nu in Dechen Chöling lesgeeft, en vroeger ook tekenleraar was, daarover uitgeweid. Hij heeft het tekenen naar de natuur als voorbeeld genomen, maar je kunt in gedachten ook een vriend voorstellen. Wat gebeurd er als je in plaats van de persoon, de ruimte om die persoon heen beschrijft, de ruimte en aspecten die die vriend definieren? In feite is de omgeving die de persoon definieert net zo goed onderdeel van de vriend als de vriend zelf.
De lezing was geheel gewijd aan een vraag die Joop gisteren had gesteld: “hoe onderscheid je ontkenning van ‘niet weten’? Ontkenning is één van de 3 vergiften die lijden veroorzaken (passion, agression and ignorance), en met ‘niet weten’ wordt een gezonde erkenning van het ontbreken van kennis bedoeld.
Nou ik weet niet of dit erg duidelijk is, maar het was in ieder geval een mooie lezing over dat wat we niet kunnen weten, en het leuke was dat het allemaal door Joop zijn vraag kwam.
Zen door de week
Sinds zondag is in Dechen Chöling een Zen Sesshin begonnen. Michael Newhall, de leraar kwam al op vrijdagavond aan. We vierden net een afscheidsfeestje voor Antoine en Delphine, tuinman en pers-agente van Dechen Chöling in het afgelopen jaar. Mr. Newhall was in burgerkleding en hij voegde zich vol plezier in ons sociale leven. Hij bracht een ongedwongen sfeer met zich mee. Beweeglijke blik en scherp opmerkingsvermogen, en ook prettig gedesoriënteerd door de lange reis. Een echte eregast. Hij heeft de staf van Dechen Chöling uitgenodigd om onze zitmeditaties binnen zijn programma te doen, en deel te nemen aan de teisho, de dagelijkse lezing. Na een beetje gemor (Zen is niks voor mij…) is nu bijna de hele staf om en gecharmeerd van deze leraar. En zo zitten we in onze eigen schrijnruimte die enigszins aangepast is naar het zendo model. Mr. Newhall beantwoord de vragen in zijn lezingen met paradoxen. Dit vertelde hij over over satori: “Er was een man die afbeeldingen en beelden van draakjes verzamelde. Hij had de meest boeiende verzameling en het hele land wist ervan. Op een dag kwam het zelfs ter ore aan een echte draak, die besloot een bezoekje te brengen aan de man. De draak vloog aan door het raam van de man. Tot dan toe had de man alleen de afbeeldingen gezien, maar nu was het echt. De man werd volledig overrompeld door de schittering van de echte draak, en viel flauw”.
Michael Newhall is de priester van een Zen centrum in Californie, het draagt de naam Jikoji. Het is een student, en houder van de traditie van Kobun Chino Roshi. Soft and flexible mind. Hier is een foto van Kobun Chino Roshi, die enkele jaren geleden overleden is.

Sneeuw..?
Gisteren viel er sneeuw, een heeel klein beetje. En vandaag kwam ik deze foto tegen en dacht, als de sneeuw nou eens echt zou doorzetten, dat zou een mooi plaatje opleveren. Bijvoorbeeld met de paarden die in de wei naast ons staan. Het zou zo’n foto kunnen opleveren.

photo credit: paul+photos=moody
Nog steeds een gebroken hart
Het is logisch dat mijn hart nog steeds gebroken is. Zeker na deze week dat ik opnieuw contact maakte met de Boeddha, de leer, en de gemeenschap van mensen, die het verlangen naar een echt en volledig leven deelt. In zeven dagen retraîte had ik de kans om hierover na te denken en niet te denken. Er is mij iets duidelijk geworden, misschien een beetje laat, na 16 jaar van studeren en practiseren, maar ik zal het toch maar uit de doeken doen. Kijk maar of je me nog kunt volgen.
Ik zag opeens voor me dat alle inspanningen om een vorm te maken (zoals een thanka en een mantra), een representatie van een ‘hoog’ of ‘edel’ principe is. Het is een inspanning om onze collectieve wijsheid vorm te geven. Het is de verzameling van het beste vermogen van iedereen. In Boedhisme leiden die inspanningen tot afbeeldingen van Boeddha’s, Tara’s, beschermers en Boddhissatva’s, en de resonerende klanken van de verschillende soetra’s en mantra’s zodra we die uitspreken. We eren het beste in ons, en geven het de status en aandacht die ons beste vermogen verdient. We eren met name datgeen wat ons niet scheidt van elkaar.
Soms werk ik mezelf te pletter, om te ontdekken dat het nooit genoeg zal zijn. En ik betreur mijn solitaire bestaan. Mijn ‘betere’ deel leert dat het altijd genoeg is, dat het moment is zoals het is, en dat het verband tussen mijn en andermans bestaan geen uitleg behoeft. Er woedt een strijd in mezelf, meer dan ooit tevoren. De eisen van de tijd, en de beloften van de spirituele beoefeningen lijken elkaar niet geheel te ontmoeten. En soms ook wel, maar kort daarna weer niet. Kortom, ik zit middenin het alles doordringende proces, en ben benieuwd hoe dit zal aflopen:)